Problemen met het analyseren van je data?
In 2 tot 3 uurtjes loods ik je daar doorheen >>>
Online hulp, direct (!) antwoord op al je vragen.
In onze video-tutorials laten we je zien hoe je het moet doen >>>

Page content

Betrouwbaarheidsinterval

Vaak wil je dat een onderzoeksresultaat staat of geldt voor de hele populatie. Als je een steekproef trekt is het tricky om te stellen dat het je gelukt is. Daarom geef je een betrouwbaarheidsinterval. Deze geeft aan tussen welke waarden een onderzoeksuitkomst waarschijnlijk zal zitten.

 

Als je een steekproef hebt getrokken kun je er nooit zeker van zijn dat het gemiddelde van de steekproef precies overeenkomt met die van de populatie, want het is onmogelijk om uit alle mogelijk combinaties van elementen uit de populatie steeds maar weer precies hetzelfde resultaat te krijgen.

Stel je je eens voor dat je van een populatie hebt van 1000 mensen. Daaruit trek je een steekproef van 200 mensen en noteert van iedereen de leeftijd. Vervolgens bereken je het gemiddelde.

Als je opnieuw een steekproef trekt van 200 respondenten, zul je merken dat ondanks de toets op representativiteit de gemiddelde leeftijd van de eerste steekproeftrekking iets zal verschillen van de eerste keer (al was het maar in honderdsten achter de komma). Welke van deze twee is nu correct? Of zijn ze allebei juist?

Dat kun je alleen vaststellen als je van alle 1000 mensen (de hele populatie dus) de leeftijd noteert en het gemiddelde berekent. Waarschijnlijk trek je dan de conclusie dat beide gemiddelden uit de steekproef niet correct zijn. Kortom, je kunt heel moeilijk stellen dat de gemiddelde leeftijd zoals berekend uit een steekproef precies het gemiddelde is van de populatie. Er zit een marge tussen hetgeen je meet (het steekproefgemiddelde) en hetgeen feitelijk is (het populatiegemiddelde).

Dat wil niet zeggen dat je op basis van je steekproef niets over het populatiegemiddelde kunt zeggen. Helemaal zeker kun je echter nooit zijn. Om vanuit een resultaat uit een steekproef iets over de populatie te zeggen, hou je  een betrouwbaarheidsmarge aan.

De formule voor het berekenen van het betrouwbaarheidsinterval rondom het gemiddelde is deze:

Formule voor het betrouwbaarheidsinterval rondom het gemiddelde

In veel boeken kom je ook deze formule tegen:

Formule voor het betrouwbaarheidsinterval

Dit laatste is natuurlijk raar, want als je de standaarddeviatie van de populatie weet waarom zou je dan het gemiddelde niet weten? Voor het berekenen van de steekproefgrootte is deze formule echter beter bruikbaar dan de eerste. Misschien dat-ie daarom in veel statistiekboeken staat.

Het zelfde verhaal kunnen we vertellen voor proporties. Als 10% van de steekproef belangstelling heeft voor het product, geldt dat dan voor de hele populatie? Ook nu weer hou je een slag om de arm. Daarvoor gebruik je de volgende formule:

Formule betrouwbaarheidsinterval proportie

Het berekenen van het betrouwbaarheidsinterval is overigens alleen zinvol als je ook zeker weet dat de steekproef respons representatief is, want anders kun je er behoorlijk naast zitten.

 

Foeke van der Zee met Boek over onderzoek© Foeke van der Zee (2017). hulpbijonderzoek.nl/online-woordenboek/betrouwbaarheidsinterval

– specialist in Onderzoek en Statistiek
– auteur van boeken over onderzoek

Wil jij ook onbezorgd aan de slag met je onderzoek? Kies dan voor scriptiehulp.

 

Naar het Online Woordenboek Onderzoek en StatistiekTerug naar het
Online Woordenboek Onderzoek en Statistiek

 

Ben je op zoek naar goede informatie over onderzoek?
In het Kenniscentrum Onderzoek en Statistiek vind je het wel.
Maak gratis kennis met onze video’s!

Schrijf je nu in en maak gratis kennis met ons introductiepakket. Daarin leg je de basis voor goed onderzoek. Je ontvangt 3 video’s en een white paper.  Echt, helemaal gratis!

Introductiepakket van Hulp bij Onderzoek

 

Motto van Hulp bij Onderzoek